
Het Zonnebos moet niet alleen kloppen als idee, maar ook als som. Hier rekenen we het door met indicatieve voorbeeldbedragen — van de kosten tot wat het oplevert voor de boer én de samenleving.
De aanschafkosten van één Zonnebos (±1 ha) bouwen zich op uit drie onderdelen.
Indicatieve bedragen voor één Zonnebos van ±1 ha.
De panelen staan in een oost/west-opstelling: een vlakkere opwekcurve — ochtend én avond — die goed bij de batterij past. De 33% lichtdoorlatende dekking laat op 1 ha ruimte voor circa 1,45 MWp.
± 1,45 MWp × ± 900 kWh/kWp ≈ 1.300.000 kWh; × € 0,08 = € 104.000 per jaar (indicatief).
75% wordt gesubsidieerd uit het stikstoffonds; de resterende 25% is een overheidslening die de boer in jaarlijkse termijnen aflost.
Aflossing (annuïteit, 3% rente): € 54.000 per jaar, looptijd ± 8,5 jaar. Totaal terugbetaald ± € 459.000 — waarvan ± € 59.000 rente. De lening komt zo mét rente volledig terug bij de overheid.
De boer levert een deel van zijn stikstofruimte in — en dus een deel van zijn agrarische inkomsten. Het Zonnebos vangt dat ruimschoots op en houdt onder de streep € 20.000 per jaar over.
Die 40 koeien staan voor ± 800–1.000 kg NH₃-emissie per jaar (20–25 kg per koe, incl. aanwending; ≈ 17–21 kg stikstof) die de boer definitief inlevert. achtergrond
Na ± 8,5 jaar is de lening (inclusief 3% rente) afgelost: de winst loopt op naar € 74.000 per jaar (€ 104.000 − € 30.000).
* Valt de stroomopbrengst lager uit? Dan wordt de aflossingstermijn verlengd, zodat de boer altijd minimaal € 20.000 extra per jaar overhoudt, onder aan de streep.
De stikstofwinst schaalt op van één koe naar het hele land; daar staan de kosten voor de overheid tegenover.
Dat is 2,4–3,0 miljoen kg ammoniak (≈ 2.000–2.500 ton stikstof) per jaar minder — structureel en definitief ingeleverd. achtergrond
Dat past ruim binnen de circa € 20 miljard die voor de stikstofaanpak gereserveerd was — en de lening (25%, € 400.000 per boer) komt mét 3% rente terug. Hierdoor blijft er meer dan genoeg funding over voor netbeheerders om tracés versneld te verzwaren, zodat de energietransitie daadwerkelijk versnelt.
De ammoniakuitstoot (NH₃) per melkkoe volgt uit de stikstofbalans: wat er via voer binnenkomt, wat in melk en mest verdwijnt, en wat als gas ontsnapt — in stal, opslag én bij het uitrijden (aanwending).
| Grootheid | Per melkkoe / jaar |
|---|---|
| N-opname uit voer | 150–170 kg N |
| N in melk | 45–50 kg N |
| N-excretie (mest + urine) | 118–132 kg N |
| Waarvan gasvormig verloren (stal/opslag) | ~13 kg N |
| Ammoniakemissie totaal (incl. aanwending) | 20–25 kg NH₃ = 17–21 kg N |
Van NH₃ naar N: 17 kg NH₃ bevat 14 kg N (14/17 = 0,82). De 20–25 kg NH₃ is dus ≈ 17–21 kg stikstof.
Kanttekeningen. CBS rapporteert ~265 mln kg N-excretie op ~1,5 mln melkkoeien (~175 kg per koe) — maar daarin is jongvee meegerekend. De spreiding tussen bedrijven is groot: bij een laag ureumgetal ligt de uitstoot lager. 20–25 kg NH₃ is een representatieve bandbreedte per melkkoe.